Hoofdpunten van de theorie van positieve desintegratie

De theorie is ontwikkeld door Kazimierz Dabrowski (1902-1980), een Poolse psycholoog en psychiater. Dabrowski was ook muzikant, hij schreef creatief en heeft zich uitgebreid verdiept in de filosofie. Een echte renaissanceman. Kenmerkend voor zijn persoonlijkheid en omgang met anderen waren zijn warmte, minzaamheid, energieke gedrevenheid t.a.v. zijn werkzaamheden, gemoedsrust en intellect.

• Al op jonge leeftijd kreeg Dabrowski met de dood te maken, zijn jonge zusje overleed aan meningitis. In zijn opgroeien werd Dabrowski geraakt door de ervaringen die hij opdeed gedurende en na de Twee Wereldoorlogen.

• Dabrowski onderging als volwassene een brute gevangenzetting in Duitsland. Later werden hij en zijn vrouw opnieuw vastgezet in Polen onder het Stalinistische bewind.

• Toen zijn beste vriend zelfmoord pleegde, besloot Dabrowski zich specialiserend te gaan verdiepen in geestelijke gezondheid.

• Dabrowski stelde dat hij geen bestaande theorie kon vinden die zowel het laagste en meeste gruwelijke als ook het meest heroïsche, menselijke gedrag verklaarde. Je kunt je voorstellen dat hij gedurende de oorlogen met vele uitingen van menselijkheid te maken kreeg.

• Gebaseerd op zijn klinische en onderzoeksgerelateerde observaties dat zeer gevoelige individuen kwetsbaar zijn voor zelfmoord en zelfbeschadiging, begon Dabrowski zijn theorie te formuleren en publiceren. Hiertoe behoorden ook de concepten ‘overprikkelbaarheden’ en ‘ desintegratie’.

• Dabrowski bestudeerde tevens het leven, de persoonlijkheidsontwikkeling en de biografieën van personen die in zijn visie exemplarische, persoonlijke ontwikkeling lieten zien. Voorbeelden van analyses tref je o.a. in het boek Personality Shaping Through Positive Disintegration.

• Dabrowski's doel was het schrijven van een 'algemene theorie van menselijke ontwikkeling' die de groeifactoren en processen ophelderde binnen wat hij zag als verregaande, persoonlijke ontwikkeling.

• Zijn theorie van positieve desintegratie laat een ontwikkelperspectief op emotioneel leven en beleven zien. Dit betekent dat een persoon niet slechts beschreven wordt middels kenmerkenlijsten, maar dat het individu ‘in beweging’ is, dat deze beweging voelbaar, merkbaar en kenbaar kan zijn als bijvoorbeeld stress, twijfels, depressie, besluiteloosheid, frustratie, innerlijke conflicten...en dat deze beweging de sine qua none van persoonlijkheidsontwikkeling is. Het proces waarmee persoonlijkheid als het ware gesmeed wordt. De theorie van positieve desintegratie biedt dus een inzicht in ontwikkeling, door de jaren heen, waar er kwalitatieve veranderingen plaats kunnen vinden in de psychologische make-up, richting persoonlijkheid (‘van rups tot vlinder’).

• De groeidynamiek die Dabrowski beschrijft zou je ook ‘in ’t moment’ kunnen herkennen, weliswaar niet middels dezelfde conceptuele structuur.
Het is echter geen statische theorie, het model TPD suggereert juist hoe persoonsvorming een zeer beweeglijk proces is, op ervaringsniveau merkbaar aan emotionele dynamiek.

• Het is in eerste instantie een hele uitdaging de theorie te doorgronden. De theorie omvat vele, onderling gerelateerde concepten en Dabrowski hanteert unieke begripsdefinities van concepten als ‘persoonlijkheid’ en ‘mentale gezondheid’ en neologismen als ‘dynamismen’.

• Dabrowski verwierp het idee dat hogere ontwikkeling strikt is gebouwd op lagere ontwikkeling, en geloofde dat voor verregaande ontwikkeling het afbreken van lagere psychologische structuren nodig is, via een proces dat hij positieve desintegratie noemde.

• Gebaseerd op zijn uitgebreide studies, observaties van extra sensitieve personen en zijn literatuuronderzoek, ontwikkelde Dabrowski een concept dat hij ‘ontwikkelingspotentieel’ noemde. Dit concept beschrijft een samenstelling van en wisselwerking tussen genetische factoren (waaronder de "overexcitabilities", socialisatie en omgevingsinvloeden, talenten en vaardigheid, en een zogeheten ‘derde factor’ (vrij vertaald: wil tot autonomie).

• De derde factor groeit voort uit de (bewustwording van) innerlijke conflicten tussen persoonlijke intensiteiten en socialisatie en is noodzakelijk en kenmerkend voor meergelaagde persoonlijkheidsontwikkeling.

• Volgens Dabrowski is verregaande, persoonlijke ontwikkeling nauw verbonden met de mate van ontwikkelingspotentieel, en heeft daarmee geen betrekken op ieder individu (nota bene: de emotioneel ontwikkeling zoals Dabrowski deze uiteen zet in zijn theorie). Je zou kunnen zeggen dat de groeidynamiek die Dabrowski laat zien herkenbaar voor velen is of in referentie naar post-traumatische groei wel inzicht biedt in de veerkracht waarmee sommige mensen met tegenslagen en zware gebeurtenissen (leren) omgaan.

• Dabrowski benadrukte een aantal sleutelconcepten voor ontwikkelingspotentieel, die signficant kunnen bijdragen aan de vorming van persoonlijkheid: speciale talenten en mogelijkheden (b.v.
een hoge intelligentie, openheid naar ervaring, intens zelfbewustzijn, een groot artistiek of muzikaal talent, een groot atletisch talent) en een bovengemiddelde reactie op, verwerking van prikkels (de overprikkelbaarheden).

• Overprikkeling is een karakteristiek van het zenuwstelsel, dat een bovengemiddelde gevoeligheid voor prikkels (een lage prikkeldrempel) en een intensieve verwerking van prikkels laat zien. Beschrijvingen van overprikkelbaarheid zijn echter veelal gedragsgerelateerd. Dit kan nog volop gedifferentieerd en onderzocht worden!

• Dabrowski beschreef vijf hoofdtypen overprikkeling: psychomotorische, zintuiglijke, intellectuele, verbeeldende en emotionele. Hij benadrukte dat vooral de laatste drie cruciaal zijn voor ontwikkeling en in het bijzonder dat emotionele overprikkeling de drijfveer is achter, het fundament voor verregaande, persoonlijke ontwikkeling. Emotie, in een notendop, is de kwetsbaarheid en groeikracht van de persoon-in-ontwikkeling.

• Dabrowski was ervan overtuigd dat levenskeuzen gemaakt moeten worden met het bewust zijn van de eigen emotionele reactie op en ervaring van een situatie en niet enkel op rationele en intellectuele basis. Emotionele ontwikkeling moet volgens Dabrowski betrokken worden bij begrip van menselijke ontwikkeling:

‘Our understanding of human behavior and human development cannot be complete without the study of emotional development. Not only does human life lose meaning if the emotional component is taken away, but a general theory of human development is not possible if it does not include emotional factors. But we have to go even farther than that. Emotional factors, more than the acquisition of symbolic language (Pribram, 1971), are significant in the process by which man becomes human. Therefore, they not only have to be included but must be given a position of primary importance.’

Uit: Multilevelness of Emotional and Instinctive Functions, K. Dabrowski, pagina 5-6.

• Ontwikkeling is in deze zin de persoonlijke uitdaging om het leven 'zoals het is' positief te vormen. Dit middels ‘uit een vallen’: differentiatie, inhibitie van lagere elementen, transformatie, en integratie via harmonie tussen lagere en hogere motivaties. Ontwikkeling is de vormingskracht om via opgedane levenservaringen een eigen uniek karakter en leven 'zoals het zou kunnen of moeten zijn' te creëren.

• Dabrowski differentieerde in eerste instantie drie type ontwikkeling. Ten eerste een groep die éénlagige ontwikkeling laat zien. Een groep die Dabrowski definieerde als primair geïntegreerd. Een tweede groep wordt gekarakteriseerd door verschillende vormen van desintegratie, een indicatie van hun beweging door het ontwikkelproces. Een derde groep individuen representeert de autonome ontwikkeling, een groep die Dabrowski definieerde als secondair geïntegreerd.

• (Psycho)neurosen zijn een onderdeel van positieve desintegratie. Sterke angsten en depressie zijn een kenmerk van het afbreken van lagere structuren en zijn een teken van ontwikkelingspotentieel. De persoon ondergaat conflicten, en wanneer het besef hiervan bewust(er) toeneemt, biedt deze innerlijke differentiatie en de ontstane, persoonlijke visie tussen ‘meer en minder mezelf’ motivatie tot verdere emotionele groei.

• Dabrowski was ervan overtuigd dat psychologische symptomen beschouwd en geïnterpreteerd moeten worden in de context van de geschiedenis van het individu en zijn of haar ontwikkelpotentieel.

• Sommige traditionele benaderingen van geestelijke gezondheid zien overprikkelingen en psychoneurosen als symptomen die weggenomen moeten worden, als ongezond.

• Dabrowski ontwikkelde een meerlagige en multidimensionale aanpak van diagnosticeren, die tevens gebaseerd was op samenwerking met de cliënt om zo het ontwikkelpotentieel en de betekenis van iemands symptomen en levenssituatie vast te stellen, een individu een kader te binnen waarbinnen negatieve emoties en desintegratie ontwikkelgericht begrepen kunnen worden.

• Gebaseerd op deze diagnose zou een cliënt die zich herkent in intensief, waardengedreven ontwikkelpotentieel en positieve desintegratie zich aangetrokken kunnen voelen tot Dabrowski's benadering van therapie: autopsychotherapie.

• Autopsychotherapie benadrukt de noodzaak voor een individu om te komen tot inzicht in zijn of haar karakteristieken en waarden, en om te komen tot een begrip van het eigen gedrag in de context van zijn of haar ontwikkeling.

• Gebruik makend van zelfbegrip en autopsychotherapie kan iemand leren om wijs voor zijn of haar sterke gevoelens te zorgen en, uiteindelijk, de eigen ontwikkeling te sturen richting de
persoonlijke waarden en doelen. Via creatieve zelfexpressie, het zogeheten zelfperfectie-instinct, via actie en ín verbinding met de omgeving.

• Zelfeducatie speelt een sleutelrol in de ontwikkeling , het benadrukt de unieke leerbehoefte van ieder individu.

• Een sterk ontwikkelingspotentieel is noodzakelijk, maar niet voldoende, voor verregaande persoonlijke ontwikkeling.

• In ontwikkeling is er een cruciale, kwalitatieve overgang van het ervaren van de realiteit als éénlagig naar het ervaren van een meerlagige visie op het leven. Incluis aan deze meerlagige perceptie is (h)erkenning van hoe ‘het zou kunnen zijn’, anders dan ‘hoe het hoort’.

• Dabrowski zag ‘multilevelness’ als een kernconcept uit zijn theorie, welke als een nieuw paradigma voor o.a. psychologie zou functioneren. Elk gedrag of bijvoorbeeld mentaal construct zoals empathie zou via deze bril begrepen kunnen worden. Zodoende zijn bijvoorbeeld ‘liefde’ en ‘agressie’ op een lager ontwikkelniveau minder van elkaar verschillend dan op het hoogste niveau van ontwikkeling (waar volgens Dabrowski geen agressie heerst, maar empathie voor de tegenstander). Een en dezelfde mentaal construct kent volgens Dabrowski lagere en hogere motivaties. Een motivatie als ‘zelfbehoud’ kan bijvoorbeeld gericht zijn op het fysiek gewelddadig beschermen van het eigen leven, of het afwijzen van gewoonten of tradities betreffen die niet in lijn met eigen waarden en een persoonlijke visie worden ervaren.

“Making multilevelness the central concept in the approach to development means that we have to apply it to every phenomenon under scrutiny. It means that we are using a new key, or paradigm, with which to approach human behavior and its development. It now becomes less meaningful to consider, for instance, aggression, inferiority, empathy, or sexual behavior as unitary phenomena, but it becomes more meaningful to examine different levels of these behaviors. Through this approach we may discover that there is less difference between the phenomenon of love and the phenomenon of aggression at the lowest level of development than there is between the lowest and the highest level of love, or the lowest and the highest level of aggression (at which point there is no aggression but instead empathy for the opponent).

The enormous amount of differentiation occurring across levels will show us that, in general, at the lowest level of development different behaviors have a fairly simple underlying structure. We call it primary integration. With the progress of development toward higher levels the process of differentiation becomes so extensive that the differences between levels are greater and more significant than differences between particular functions (i.e. behaviors).”

Uit: Multilevelness of Emotional and Instinctive Functions, K. Dabrowski, pagina 10.

• De persoon met een eenlagige perceptie neigt naar handelen gebaseerd op automatische prikkel/respons reacties, gericht op eigenbelang. Er bestaan hierbij mogelijkerwijs wel interne conflicten ontstaan, echter tussen verschillende maar equivalente, uitwisselbare (‘eenlagige’) keuzes.

• Meerlagigheid vraagt om het waarnemen van de werkelijkheid gebaseerd op het bewust zijn van het brede spectrum van het (innerlijke) leven, van diepte van leven: van de meest eenvoudige tot complexe, de meest grove tot verfijnde, de meest basale tot meest ontwikkelde, van meest afwezige tot meer aanwezige levensvormen. Het (h)erkennen van de eenvoudige structuren biedt juist inzicht in de vorming van complexere structureren! Uiteraard: wat eenvoudig of wat complex is, is niet strikt te stellen en ook ‘in ontwikkeling’.

• Meerlagigheid vraagt een innerlijke, hiërarchische visie op de realiteit. Een visie die conflicten creëert tussen de hogere mogelijkheden in vergelijking met de lagere realiteit: een individu komt op de T-splitsing tussen de hoge en lage weg, en ziet de twee wegen als duidelijk kwalitatief verschillend. Sommige eenlagige mogelijkheden worden ontwricht, anderen blijven behouden en komen onder sturing van hogere motivaties.
Nota bene: dit is een zelfbewuste, hierarchische perceptie, geen projectie van eigen tekortkomingen op de ‘mindere’ buitenwereld. Eerder nog is het een erkenning van variëteit, alsmede een erkenning van een mogelijke voorkeursrichting in en van ontwikkeling.

• Meerlagigheid wordt cruciaal in het maken van levenskeuzen wanneer de hogere versus de lagere aspecten van een situatie, als innerlijke beleving, voor het individu-in-ontwikkeling duidelijk worden. Ziet de persoon dit onderscheid, deze waardenbeladen nuances, en kiest hij of zij de lagere weg dan resulteert dat vaak in gevoelens van schuld, teleurstelling, twijfel aan jezelf, falen en schaamte.
Deze conflictueuze gevoelens beïnvloeden vervolgens iemands toekomstige keuzen richting het hogere pad, richting verdieping. Dit kan een pijnlijk en lang proces zijn, van vallen en opstaan. Dit is het proces positieve desintegratie. Inherent aan dit proces is het (h)erkennen van emotionele kwetsbaarheid, waar de groeikracht in schuilt om intense gevoelens te dragen en van daaruit de hogere waarden waar te maken.

• Een sleutelrol in de persoonlijkheidsontwikkeling is zoals geschreven het ontwikkelen van individuele waarden en een visie op de 'hogere' mogelijkheden, samenkomend in de idealisatie van watvoor persoon iemand wil worden; dit noemde Dabrowski het persoonlijkheidsideaal, een psychische groeikracht die met toenemende mate de vorming van persoonlijkheid leidt en synthetiseert.

• Één van Dabrowski's onderzoeken onder hoogbegaafde kinderen laat zien dat zij hoge niveaus van ontwikkelpotentieel en psychoneurosen laten zien, wat Dabrowski tot de hypothese deed komen dat hoogbegaafde kinderen een predispositie lijken te tonen voor positieve desintegratie. Daarnaast heeft Dabrowski uitgebreid literatuuronderzoek gedaan naar de levensloop en emotionele, morele, spirituele ontwikkeling van wie hij "eminente persoonlijkheden" noemde, zoals eerder benoemd.

• Ruim dertig jaar onderzoek naar overprikkeling onder hoogbegaafde leerlingen heeft enigszins vergelijkbare resultaten opgeleverd. Onderzoek heeft tot op de dag van vandaag echter niet aangetoond dat hoogbegaafde leerlingen universeel een predispositie vertonen voor verregaande ontwikkeling zoals beschreven in Dabrowski's theorie. Onderzoek heeft wel aangetoond dat hoogbegaafden meer dan niet als hoogbegaafd geïdentificeerde tekenen laten zien van één van de vijf overprikkelingen: intellectuele overprikkeling. Er is echter geen consensus over de uitkomstmaten en de wijze waarop verschillende onderzoeken opgezet zijn om de relatie tussen begaafdheid en overprikkelbaarheden te duiden.

Daarnaast is het een ingewikkelde uitdaging om langdurig onderzoek te doen naar personen die volgens de groeidynamiek zoals uiteengezet op ontwikkelniveau 4 of 5 functioneren, niet in de laatste plaats omdat deze ontwikkeling volgens Dabrowski’s eigen zeggen zeldzaam is. Bovendien: wie ‘secundair geïntegreerd’ is, leeft dit in zijn of haar doen en laten, en is niet expliciet bezig dit te verkondigen, want hij of zij heeft waardengedreven activiteiten.

• Op basis van professionele en persoonlijke ervaring, zijn veel begaafdheidsdeskundigen echter van mening dat ‘overprikkelbaarheden’ een kenmerk van hoogbegaafde personen zijn. Zij
hanteren Dabrowski’s visie als waardevol en als verdiepende theorie voor begrip van en voor hoogbegaafdheid, met name in relatie tot hoge gevoeligheid. De overprikkelbaarheden kunnen dienen als spiegeling van begaafde intensiteit, daarmee de intensiteit normaliseren en positief stimuleren, opdat de begaafde persoon ontwikkelgericht met innerlijke conflicten kan gaan ‘werken’. Daarnaast kan erkenning van de kwetsbaarheden inherent aan intensiteit ook tot een fijnere relatie met de omgeving lijden, een waarbij niet zozeer veroordelen of beoordelen vooropstaat, maar openheid richting ieders immer subjectieve beleving.

In de begeleidingspraktijk valt op dat het vieren van intensiteit van beleving bij de begaafde personen tot ont-spanning leidt, tot het vertrouwen van hun vaak intuitieve, emotioneel rijkgeschakeerde, niet zelden onbegrepen binnenwereld.

Ontleend aan:

Grote stukken zijn overgenomen van de eerste versie van de hoofdpunten, daarvan zijn delen grotendeels overgenomen van:

- http://www.positivedisintegration.com/keypoints.htm

En enkele toelichtingen komen uit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Theorie_van_positieve_desintegratie