Uitzonderlijk begaafd, uitzonderlijk in ontwikkeling

In onderstaande blog schets ik emotionele ontwikkelingen die vanuit intensiteit van beleving en processen zoals beschreven in de positieve desintegratie theorie zoal mogelijk zijn.

**Intensiteit: hoe het soms is, hoe het kan zijn**

Je bent een pasgeboren avontuurzoeker, verlekkert je verslavend aan opwinding en excitatie, liever en met de doorleefde tijd leer je bewust je piekervaringen kiezen.

Je spreekt monotoon binnensmonds, of bent ontremd in je beklemtoonde confrontaties; allen een voorbode van de integere spreker en woordkunstenaar die je 'in de dop' bent.

Je bent licht ontvlambaar, idealiter sta je innemend enthousiast in het leven, maar om dezelfde openheid liet je jezelf frequent onderprikkelen door geest – en intensiteitsbedwelmende middelen

Ongemakkelijk snel verveeld, met overtuiging gedeprimeerd bij gebrek aan bewegingsvrijheid en bij herhaling van herhaling: liefst leef je alle zintuigen als een pasgeborene en kikker je kinderlijk levendig op van een warm bad, een goed boek en een moment dat geheel en al van en vol van jezelf is, onbewustmakend voedzaam voor je geest en lichaam.

De platitudes schud je uit de mouw, dan weer domineer je de gesprekken met vurige, veelal tot betekenisloosheid aan toe geabstraheerde argumenten, maar als je eenmaal de groei te pakken hebt, ben je formidabel comfortabel met intense discussies, een begenadigd gespreksbegeleider, doortastend in het dirigeren van mening en gevoel.

Je houd je vaag aan de uiterste rand van een onderwerp, dan weer ben je de verbeten betweter aan tafel. In de polariserende dialoog tussen deze twee standen, leer je met de jaren - en de nodige oefening - jouw van egocentrisme ontdane zegje overtuigend te doen.

Je gaat gemaskeerd door het leven, zet al je intensiteit in op inhibitie, maar hoe je jezelf ook went en keert in de toegedekte binnenwereld: eens zal je authenticiteit buitengewoon en buitenom stralen, eens word je gezien en verlang je zichtbaarheid.

Gevoelig, té gevoelig, dat ben jij. Melancholisch, met een gemakkelijk aan te wakkeren wanhopigheid, zie je crisis en Apocalyps in vrijwel alle levensverhalen. Al dit sentiment, de perfecte mengelmoes om op den duur, alchemistisch en transformatief, een deskundig emotioneel vocabulaire aan te leggen en sociaal invoelend, zelfs vloeiend, af te stemmen op de pieken en dalen in en om je heen.

Een rusteloze risiconemer, die zijn eigen hobbels en problemen behendig creëert, zo vooraankondig je jouw met de jaren gegroeide, charismatische moed voor de zaak die er toe doet!

Energetisch verspil je een hoop, geef je je intensiteit onbeheerst weg aan wie een onvervulde behoefte spiegelt, dat is geen zonde die je eeuwig begaat: je leert de energie kundig herkennen en richten op hetgeen je aandacht ongehinderd toekomt.

Weet iedereen wie jij bent (en, jij komt er wel!), heb jij na jaren zoeken nog geen standvastig idee; kom je uiteindelijk met verve tot het psychologisch bevrijdende inzicht dat je intensiteit het je juist toestaat geen eén identiteit op te eisen, je multipotentialiteit vierend door hierin een onderscheidend verschil te maken! Natuurlijk kom jij er wel, je bent er Al!

Uit angst geboren voorliefde voor routine, gecontroleerd tot in de puntjes, geef je de controle vervolgens onachtzaam uit handen, hekel je op zelfgenoegzame wijze elke vorm van autoriteit, en verzucht je, om vervolgens versneld in praktijk te brengen: ‘Verantwoordelijkheid nemen is juist leren om de regie losser te laten, regie nemen ís losser durven laten.’

Je gevoel voor humor is een erkenning van de absurditeiten van een bestaan wiens beleving je ongevraagd eigen is. Waar je eerst de groepsclown uithangt om kwetsbaar contact te mijden of je ternauwernood maar naadloos aan te passen aan de meerderheid, leer je gaandeweg op andere manieren de zielsnodige aandacht te winnen: adrem, meer dan vermakelijk, via gelaagde humor de ander tot denken en voelen, tot besef van bestaan, prikkelend.

Helderziend in wat er niet goed gaat op wereldlijke schaal, vertaalt dit doorzicht zich naar verbeten gezeur. Op goede momenten toon je jezelf een beoefende sarcast, maar de cynicus die je speelt, weet: je bent een gemaskeerd idealist, die de tragedies ervaringswijs hun rechtmatige zwaarte en mooite toe kan dichten.

Doortastend in het herkennen van hypocrisie, razend vaak ook van jezelf, plaats je jezelf op afstand door je scherpe denken, durf je dan en ook uit expressienood de pen ter hand te nemen en schrijf je jezelf zomaar een weg naar de verbinding terug. Zelfbewust, ieders aardse kwetsbaarheid spiegelend.

Ongevoelig gemaakt, dat leest men als contactwaarschuwing van je strakgetrokken gezichtsuitdrukking af: je hebt de kwetsbaarheid kundig afgeleerd. Ook richting je eigen onvervulde behoeften, die je met lenige rechtvaardigingen richting de prullenbak verwijst en wiens zeggenschap je ontkent door al je spontane uitingen bij voorbaat af te remmen – en dat kun je als geen ander. Of je raakt zo gepreoccupeerd met je eigen behoeften, constant bedreigd door de suggestie van kwetsing, door je sensitiviteit in contact met anderen, dat je vermogen tot het verduurzamen van een relatie er schrikbarend onder lijdt. Na vereenzaming, het ontzenuwen van intimiteit, het bemiddelen van je prikkelbaarheid via surrogaat liefde en het lijdzaam dragen van universele lasten, herken je met de tijd een meer humanistische, medemenslievende en zelfs verbonden levenshouding. Na jaren van zelf – en ander afwijzing is compassie je grootste goed, wat heet Het Goede.

Je bewapende jezelf met venijnig fier geformuleerde argumenten, andermans inbreng tot stilte manend. Je verloor jezelf op onhoudbare, niet liefdevolle wijze in de strijd om het gelijk, maar nu dat je existentieel gespiegeld bent, zoek je niet in elk contact heimelijk je gelijke en luister je gearticuleerd, of ben je oké met het loslaten en appreciëren van gesprek en mens die je gretige geest onderstimuleren.

Was je concentratievermogen vooraleer geen moment te vangen, raakte je geobsedeerd door een tiental onafgemaakte projecten en was je overal maar nergens écht: nu leer je positief discriminerend je aandacht te verdelen.

Obsessie was een uitingsvorm van je intensiteit, je leed onder je noeste focus en – in reactie op emotioneel te abrupt bewustgemaakt lijden - malende werkgeheugen; nu leent deze grote leeg gemaakte binnenruimte zich voor aandachtige contemplatie en gewetensvol herinneren, wijs omgezet naar proactief handelen.

Leek je eerder een predikend geluksmens, hield je je hedonistisch groot: strafte je jezelf vervolgens om deze huichelarij, en bezie je ondertussen de tederheid van je ijdele pogingen tot een veerkrachtige levenspose, lach je zelfkoesterend om je falen en je levenskunstig genieten van kleinmenselijke gewoontes.

In instabiele tijden dwaal je ongecommitteerd van project naar vriendschap en terug naar af. In reactie daarop dwing je jezelf tot werkverslaving, je intensiteit als ruwe wet- en werkgever, je tot martelaarschap van je vermogens makend. Eenmaal helder gezien welke patronen je hiertoe perikelen, ben je diep doorleefd gecommitteerd aan de doelen die je intensiteit daadwerkelijk verdienen.

Liet je je eerder meeslepen met rondsuizend sentiment, was je te gemakkelijk, te dweperig in het aangaan van gevoelsgrenzelose contacten, en in reactie daarop wellicht onmenselijk afstandelijk en zogenaamd ontastbaar, voel je nu een zorgzame warmte op de plek van je hart, belichaam je een receptieve houding die de ander ook woordeloos uitnodigt tot zachtmoed en een knuffel waar en wanneer het volgens onderbuik onderbouwd verstand past.

Intens dat je bent, geef je gewicht aan het onverdraagzame lichte bestaan van de Ander, ook hiermee de waarde van jouw anderszijn bevestigend, jouw onderscheidende vermogen tot verbinding zelfbewust liefhebbend.