Ontwikkelingsfactoren

Naast interpersoonlijke aspecten, zijn ook factoren als de omgeving en instinct van invloed op persoonlijke ontwikkeling. Dabrowski beschrijft in zijn theorie 3 sets ontwikkelingsfactoren:
-1e set factoren; biologische impulsen
-2e set factoren; socialisatie
-3e set factoren; autonome groeikrachten.

1e set factoren: biologische impulsen
In deze set factoren is onder andere de natuurlijke biologische ontwikkeling opgenomen. Een mens ontwikkelt zich van baby naar peuter, naar kleuter enzovoorts. Een inkopper, maar wel belangrijk om deze biologische ontwikkeling te vermelden; voor een baby zal zijn persoonlijkheidsontwikkeling er anders uitzien dan voor een puber. Nu is leeftijd niet van doorslaggevend belang voor persoonlijkheidsontwikkeling, maar enig biologische gerijptheid is er wel voor nodig.
Een andere biologische impuls die van invloed is op de persoonlijke ontwikkeling, is de aangeboren drang om zo lang mogelijk proberen te leven: het overlevingsinstinct. Als mens bewerkstelligen we dit onder andere door te leven in de veiligheid van een groep.
De primaire focus van de eerste set factoren is er op gericht om zichzelf verder te helpen.

2e set factoren: socialisatie
Zoals beschreven in de eerste set factoren, leven we van nature in groepen omdat dit van oudsher veiligheid biedt. In een groep gelden bepaalde (vaak ongeschreven regels) met betrekking tot het gedrag van de groepsleden. Hierdoor heerst er orde in de groep, maar worden creativiteit en individuele expressie beperkt. Talenten en gedragingen worden gekanaliseerd in vormen die het externe milieu volgen en steunen: "de tuin moet er netjes onderhouden uitzien, want wat zullen de buren er anders van zeggen". Veranderingen van een individu kunnen worden beïnvloed door sociale druk of sociale steun. Verregaande persoonlijkheidsontwikkeling ondervindt niet zelden ernstige sociale druk.
Dabrowski omschreef 4 vormen van sociale (on)aangepastheid. Deze zijn omschreven bij dynamismen.

3e set factoren: autonome groeikrachten
De derde set factoren is tevens een dynamisme. De derde set factoren coördineert het persoonlijke ontwikkelproces, door te bepalen welke waarden hoger of lager zijn en dus verworpen of bevestigd moeten worden in het gedrag. De derde set factoren (die pas zichtbaar zijn vanaf het niveau van spontane meerlagige desintegratie) werken de eerste en tweede set factoren tegen. Mensen met een meerlagige ontwikkeling hebben volgens Dąbrowski een sterke drang naar autonome groei. De leden van deze groep zijn mensen die een individueel pad van ontwikkeling bewandelden. Deze mensen maken zich los van een automatisch, basaal, gesocialiseerd beeld van het leven en bewegen zich door een serie van persoonlijke desintegraties.