Blogs

Specialisatiemodule theorie van positieve desintegratie

Vanaf 31 januari kun je bij Novilo de driedaagse specialisatiemodule over de theorie van positieve desintegratie volgen. Lotte van Lith verzorgt deze module.

"In deze specialisatiemodule onderzoeken we welke positieve, constructieve betekenis Dabrowski’s gedachtegoed heeft voor begrip van persoonlijke, emotionele ontwikkeling en begaafdheid. We onderzoeken welke rol innerlijke conflicten hierbij hebben, hanteren daarbij de theorie en vullen dit aan met praktijkvoorbeelden. Middels (actueel relevante) theoretische verdieping, creatieve voorbeelden, en oefeningen realiseren we verdiepend begrip van het proces van “positieve desintegratie”. “Groei middels conflict” wordt kritisch onderzocht, desintegraties en integraties van verschillende types en niveaus worden verkend. De mentale, emotionele ontwikkeling van de begaafde persoon, in interactie met zijn of haar omgeving, wordt veelzijdig en in de diepte onderzocht. Niet het elimineren van symptomen staat voorop in het begrip en behandeling van sociaal­emotionele uitdagingen inherent aan persoonlijke ontwikkeling, maar de mogelijkheden tot positieve groei die verbonden zijn aan de complexiteit en intensiteit inherent aan begaafdheid." 

Zie voor meer informatie over deze module de volgende link:

http://www.novilo.nl/assets/Studiegids-specialisatiemodule-Dabrowski-2016-2017.pdf

Voor meer informatie over Lotte van Lith, zie www.alotofcomplexity.com.

Een oud patroon als groeikans

Deze blog verscheen eerder op http://www.onesta.nl en is vanwege de mooi heldere, open kwetsbare én Dabrowskiaanse inhoud ook op deze website geplaatst. Meer over Mariëlle Stokdijk, de auteur, en haar activiteiten vind je onderaan deze blog. 

 

Oude patronen uit het gezinssysteem werden aangesproken vandaag. Een onschuldig startend telefoongesprek ontaardde in wederzijdse pijnlijke desillusies. Het vraagt grote helderheid van mijn waarnemende geest om niet mee te gaan in de direct ervaren emotionele vraag en om dicht bij mijn eigen waarde(n) te blijven.

Aan de ene kant is er de voelbare vraag om de pijnlijke emotie van de ander op de gebruikelijke manier op te lossen. Niet heel ingewikkeld voor me, dat heb ik immers een leven lang gedaan en daarmee wordt de angel uit de pijnlijke situatie van dit moment gehaald. Maar deze oplossing is niet duurzaam, want uiteindelijk ligt de oplossing niet in mijn handen. De emotie is immers van de ander en niet van mij.

Aan de andere kant is er de door de jaren van bewustzijn opgebouwde autonome zijnswijze die roept om bij mijzelf te blijven. Deze zijnswijze moet een beetje gebogen en verwrongen worden om de oude oplossing te kunnen bieden, de zijnswijze moet dus een beetje geweld worden aangedaan wanneer de gebruikelijke oude oplossing gevolgd wordt. En zij sputtert tegen.

Ik plaats het grofweg in het model van positieve desintegratie van Dabrowski dat ik van Lotte van Lith heb mogen leren. Een oud patroon in het systeem op level 1 speelt op in een laagje van mij. Ik ben zo bewust dat ik niet zomaar mee ga in de socialisatie en kom dus in een crisis op dit gebied terecht. Ik ken mijn eigen waarden op dit gebied, en wil de crisis daarom ontstijgen door volgens mijn eigen diepste waarden te handelen. Een ieder is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen emoties en ik hoef daar niets mee. Maar… tijdens de crisis switch ik van stijl met als uitersten een puberachtige boze stijl van verzet tegen het zich voordoende conflict, tot een begripvolle meta-participant die in vrede haar eigen waarden kenbaar wil maken en met compassie de ruimte aan de ander wil geven zonder er in mee te gaan. Ook schuld en schaamte geven acte de présence; waarom werk ik nu niet gewoon een beetje mee en ben ik niet wat aardiger voor de ander? Ik switch en draai en woel door de kluwen van emoties en kan het geheel – vanuit andere laagjes binnen mij – ook af en toe nog van een afstand bekijken. De emoties laat ik stromen; de verscheurdheid, de boosheid, het verdriet, het verlies van een beeld van hoe die relatie is en de verwarring.

En al voelende en analyserende – met ook dank aan een liefdevol luisterend oor en het schrijven – ontstaat er helderheid.

Oude patronen zijn er, kunnen tot verwarrende momenten leiden en gaan weer voorbij. Zij zijn strenge leermeesters die in ieder persoonlijkheidslaagje weer een mogelijkheid tot persoonlijke groei kunnen bieden. De interne crisis is bezworen. Ik mag van mijzelf bij mijn innerlijke waarden blijven ook als de ander dat misschien niet heel fijn vindt.

Ik ontwikkelde zelfacceptatie in deze situatie en daarmee is er ook weer de acceptatie van de ander en van het oude patroon. Dit heeft als  gevolg dat ik nu zeker weet dat ik later weer met compassie bij de ander aanwezig zal kunnen zijn.

Pijnlijke groeimomenten zijn vaak zeer waardevol en eindigen bij een succesvol doorlopen groeitraject – altijd liefdevol.

Over Mariëlle

Na een enerverend leven in de sport, wetenschap en als organisatie-adviseur en interimmanager in de zorg sector, is Mariëlle sinds 10 jaar zeer bewust van het belang van het leven in balans. Dit dankzij het ontdekken van de kracht van liefde en meditatie. Zij is sportief, analytisch, krachtig, gevoelig en als mens en coach gefascineerd door persoonlijke groei voor iedereen. Via de retraites integreert zij haar opleidingen tot leraar lichamelijke opvoeding, atletiektrainer, sportmasseur en coach.

Complexiteit en intensiteit: radicale acceptatie van mooi zijn

Dit is een tekst die ik schreef als reactie op ervaringen die ik in mijn werk als coach voor begaafd-gevoelige volwassenen op heb gedaan, ervaringen die ik relateer aan mijn persoonlijke ontwikkeling en die ik voel als stimulans tot nieuwe activiteiten. De theorie van positieve desintegratie is een belangrijke maar niet enige inspiratiebron voor mij en voor de personen die ik via mijn werk ontmoet, een stimulans om complexiteit in betekenisgeving en intensiteit van beleving te (h)erkennen, beantwoorden, onderzoeken en waarderen. Om deze reden deel ik de blog ook hier. 

Lotte

 

Er moet iets van mijn hart, en wie de ruimte heeft om al luisterend te lezen dank ik bij voorbaat.

Een aantal jaren werk ik als coach voor begaafd-gevoelige volwassenen. Ik heb over de jaren heen zoveel geweldige persoonlijkheden ontmoet. Dit is voor míj een ongelooflijke sociale voedingsbron geweest en ik heb mij tegelijkertijd kunnen uiten in een setting en op een wijze die mij goed ligt: sociaal, ontwikkelgericht en creatief. Geweldig! Na vele jaren van “extreem onzeker en extreem zelfstandig zijn” waarin ik min of meer alles wat er om mij heen gebeurde “verinnerlijkte” (ik citeer mijn vader, die een gave heeft voor treffende, scherpzinnige formuleringen), inclusief de conflicten, fricties, twijfels, negatieve emoties en afwezigheid van mijn omgeving, heb ik mij de afgelopen jaren op een van de meest dankbare manieren mogelijk weten te ontwikkelen tot een vreugdevol en binnen mijn standaarden (ha ;-)!) succesvol ondernemer. En, iets meer dan iets belangrijker dan dát, ik heb me ontwikkeld tot een liefdevol persoon, zichtbaar in samenwerking met een omgeving waarin ik mij gespiegeld zie en voel, emotioneel en intellectueel gevoed voel, waarin ik betekenis vind in wat ik onderneem en waarin ik basaal weet hoe, waarom ik waarvoor en voor wie bij kan dragen aan “de ontwikkeling” die mij sinds heugenis zo lief is.

De idealist in mij is ‘in vivo’. De verslagen nihilist laat zich soms via ironie herkennen, met enige regelmaat is de nihilist hoorbaar in momenten vol waarachtig verdriet en heel af en toe schreeuwt hij omslachtig om aandacht middels een dag protest onder een deken.

De nihilist viert echter ook hoogtij: ik voel nu namelijk dat ik om het even wat dan ook een mooi persoon ben en dat het inderdaad zó simpel is.

Basaal streef ik vermindering van erkend lijden na (nou, nou! roept de innerlijke criticus), en loop ik warm voor intensivering van vreugde, creativiteit en liefde (niks tegenin te brengen).
Ik leef dit, dat voel ik én ik maak fouten.

Dat dit mooi is, wie ik ben en wat ik doe, stond mij niet altijd zo helder voor de geest als de afgelopen tijden. Mijn werk heeft daaraan bijgedragen. Alle liefdevolle mensen die ik heb leren kennen, hebben daaraan bijgedragen.

Ik heb er ook aan bijgedragen, door er simpelweg te zíjn, blijkt nu.

Als ik schrijf dat ik mij ontwikkeld heb tot een liefdevol persoon, herinner ik mij dat ik gevoelsmatig altijd schuldig was ergens aan. Aan leven.

Schuldig aan “te veel”, “te intens”, “te ingewikkeld”, “te zelfstandig”, “te spontaan”, “te lui”, “te eigenzinnig”, “te betweterig”, “te dik”, “te gecontroleerd”, “te egoïstisch”. Te, te, te. “Noem mij maar Lot want té ben ik toch al”, concludeerde ik in mijn puberteit.
Ik voelde mij chronisch op visite in andermans leven, ik voelde mij een last zoals ik was. Deze ervaring hangt met een persoonlijke ontwikkelingsgeschiedenis samen, en een daar ook mee samenhangende sensitiviteit. Dat haalt echter niet weg dat ik niet schuldig kán zijn aan wie ik ben en hoe ik zo geworden ben. Of, zoals mijn vader laatst eens zei, “je bent niet zelf de oorzaak van je persoonlijke geschiedenis”. Hij sprak bemoedigend dat ook ik het wel eens word met mijn geheugen én mijn geweten (en de harmoniezoeker in mij streeft toch tenminste volledige consensus na ;-)).
Op deze momenten ben ik hem dankbaar voor zijn trefzekere reacties, vroeger zou ik mij op die momenten echter schuldig voelen “omdat ik blijkbaar extra aandacht nodig had”.

En nu komt de reeds vergeven crux:

Ook vóór dat ik zo bewust ervoer bij te dragen aan een groter geheel, zoals nu via mijn werk, en mij zo verbonden voel met dit grotere geheel, dat ik zo intens verinnerlijkte tot bittere zelfafwijzing aan toe, was ik een liefdevol persoon.

Wijsheid schuilt in ervaring, en de ervaring leert mij nu dat ik altijd al een liefdevol persoon was en dat ik niet schuldig ben aan mooi zijn. Ik kan nooit zelf schuldig zijn geweest aan mooi zijn.
Oftewel: ook voor de ontwikkeling tot het punt waar ik nu sta was ik goed, mooi, lief, fijn zoals ik was. De prestaties die ik in dit leven tot nu toe heb geleverd, zijn geen compensatie voor een chronisch te kort schieten. Mooi zijn was ik bij geboorte, begrijp en voel ik na de nodige ontwikkeling. Dat is de ironie.

Terug naar mijn werk en wat ik daarin ervaar en wil delen:

Mijn groei in mijn werk is samengegaan met een toename van contact met personen die een beduidend unieke, eigen emotionele, motivationele en cognitieve intensiteit kennen. Ik werk samen met complex denkende, veelzijdige voelende, diepe, diepe wil-hebbende personen.

Tussen de begaafde personen die ik ontmoet bestaan eindeloos veel verschillen. Van een afstand bekeken kan ik overeenkomsten tussen deze verschillen waarnemen, en ontstaan er subgroepen binnen ‘mijn’ doelgroep.

Zo is er een subgroep die ik ‘slechts’ kan duiden met termen als “intensiteit en complexiteit”. Personen die zoveel vragen stellen bij de term “begaafdheid” dat de term een uitgemolken sociale betekenis krijgt en per direct toe is aan persoonlijke herformulering en individuele, idiosyncratische, toegepaste innovatie.
Deze groep is altijd en overal intens op zoek naar het waarom, hoe, wanneer, wat, met wie, waartoe, want, welke, waar. Bij álles wat zij doen hebben ze eindeloos veel vragen te stellen. Bij elke onderneming ontwortelt een toestroom van twijfels. Een extreem diepe doorwerking kenmerkt hun gedachtewereld, een relatief kleine prikkel leidt tot een explosie aan gedachten, een wereld daadwerkelijk vol van gevaren en bedreigend rijk aan mogelijkheid.

Zij delen met mij een ervaren geïmplodeerde wil, een verlamming van motivaties die tot op spierniveau voelbaar is. Ze bevragen van alles wat zij bewust tegenkomen de essentie, het bestaan en de ontwikkeling.

Deze personen laten zien dat emoties een creatief proces zijn, kunnen schakelen als schaakmeesters, en raken hierdoor niet zelden over hun toeren van prikkels die anderen negeren, niet opmerken, niet waarderen of respecteren. Het zijn personen die overal betekenis in kunnen zien, en niet zelden vastlopen in de vraag wáár ze dat in wíllen zien. Deze personen denken tot waar ze voelen en voelen tot waar ze denken en tegen het leven, dat ze zo intens willen en zijn, zeggen ze keihard, knetter hoorbaar JA en met evenveel intensiteit en doortastendheid MAAR.

Déze intensiteit en complexiteit is moeilijk voor te stellen, tenzij je in superlatieven of vaag omschreven abstracties spreekt. “Intensiteit en complexiteit” zijn abstracties, eerder nog fysisch van herkenbare betekenis: ze spreken veel mensen, denk ik, niet aan op “sociaal-psychologisch” niveau, het zijn geen herkenbare labels, als in ‘sociale rollen’ verwoord in behandeltermen. “Intensiteit en complexiteit” zijn geen tot interventie leidende termen. Vooralsnog.
Toch zie ik het als essentiële termen, die samen zowel de fysiek-emotionele dimensie als de cognitief-intellectuele kenmerken betrekken, waarnaast ook de sociale kwalificaties, de relatieve en in samenhang met de omgeving bestaande kwaliteiten, in zekere zin geborgd zijn (een intense en complexe benadering van “je bent te gevoelig” of “maak het jezelf nu toch niet zo moeilijk” tot aan “wat een gedoe”).

Iemand die heel veel verbanden legt, divergerend denkt, extreem logisch nadenkt, letters in kleuren ziet en muziek in gevoelstermen denkt, personen die voedsel beminnen, rechtvaardigheid als hoogste goed zien, die ontwapenend intens genieten van een blik van een onbekende, personen die dichtklappen van een uitgebleven reactie, iemand die floreert in onzekerheid, personen die altijd en overal een afhankelijkheid in zien…

Deze personen hebben baat bij een diepe, diepe, radicale acceptatie van wat ze zijn. Mooi, sociaal, intelligent, creatief, lief. Mooie personen.

De wereld heeft baat bij mooie mensen. Mooie mensen die simpelweg mooi zijn.

Dit zijn namelijk personen die dermate veel vragen stellen dat het bestaan zelf betwijfeld wordt. Alles wat voor anderen klaarblijkelijk logisch, aanneembaar, niet “in frage” is…dát is voor hen een allergrootste bron van onzekerheid. Deze personen, die zo immens productief, overtuigd en enthousiast kunnen zijn dat er een nieuwe rekenmaat voor menskracht voor bedacht zou moeten worden…zíj lopen risico het bestaan, hun bestaan, hun waarde, hun zijn, zo intens diep te betwijfelen dat ze existentieel vast lopen. De extreme ervaringen van anders-zijn, het altijd ook weer ánders kunnen zien en begrijpen van wat voor anderen zo evident eenduidend is, de sociaal gemiste aansluiting en de altijd doemende onzekerheid…deze vragen om radicale accepatie van een “positieve zijnsovertuiging” (zoals míjn coach dit mooi treffend verwoordt).

Deze groep is dermate sterk in het waarnemen van alle mogelijke mitsen en maren dat deze groep dés te meer baat heeft bij het waarnemen, invoelen, omarmen en positief voeden van wat radicaal waar is.

Namelijk dat ze er mogen zijn zoals ze zijn en dat is MOOI, en dat ze daarin kunnen floreren en dit, deze basale waarheid voor wáár kunnen gaan zien en zichzelf als zodanig uiten, in de complexe en extreem intense overtuiging dat ze mooi geboren zijn en altijd mooi zullen blijven en dat er niks anders op zit dan radicaal te accepteren dat zij ten diepste, tot in de meest complexe uithoeken van hun innerlijk bestaan óók mooi zijn.

Voor hen doemt cynisme, nihilisme, voor hen is het risico van dichtklappen en imploderen, van uit de school klappen en zich tot zelfhaat aan toe schamen, levensgroot, zoals het bestaan dat ís. Zij hebben het nodig om zichzelf tot in de kern lief te hebben, zoals zij alles tot de kern willen bevragen, weten, ontwortelen, herkennen en erkennen.

Noem het een geloofsovertuiging die je de ruimte biedt om overal aan te twijfelen, mét behoud van basale zelfzorgzaamheid: de overtuiging dat je mooi bent zoals je bent, ook als je zijn in zoveel kleuren, geuren, gedachten, gevoelens, momenten, sensaties, twijfels, missers, mislukkingen, en verliezen komt die het leven zo complex en intens als het is, rijk is.

Diabolische dialoog

R. schreef een hoogstpersoonlijk stuk over depressie, over en in gesprek met zíjn depressie. 

'Ik haat je! Uit de grond van mijn hart wil ik je toebijten dat je me na al die tijd eindelijk verlaat! Maar we weten allebei dat dit nooit gaat gebeuren. En om eerlijk te zijn, ben je ook zo'n wezenlijk onderdeel geworden van wie ik ben, dat ik niet zonder je zou kunnen bestaan. Dus omarm ik je en hoop ik dat we op een symbiotische manier onze weg kunnen vervolgen.

Je hebt me dan wel vaak voor hete vuren gesteld, maar je hebt me ook geleerd om te vechten. Te vechten tegen jou, maar steeds meer ook met jou. Nu ik je accepteer als onderdeel van mezelf zie ik in dat ik je ook heel dankbaar moet zijn voor alle creativiteit die je me schenkt en de onweerstaanbare en onuitputtelijke wil om te groeien.
Van die groei ben jij de grootste motor. Helaas zo groot, dat we beiden geen stilstand meer verdragen. Dat het dagelijks op de rem trappen onze energiebalans verstoort: ik loop leeg en jij laadt bij. De precaire balans blijft een lastig punt.

Strikt genomen weet ik dat er geen reden is dat jij in mijn leven bent. Ik heb namelijk niets om depressief over te zijn. Gelukkig getrouwd, twee kinderen, een goed stel hersens en een sterke fysiek. Dat maakt het ook zo lastig. Niemand kan je namelijk zien. Hoe je me van binnen bij tijd en wijle zo ontzettend opvult dat al het mooie en goede plaats moet maken voor de uitdijende leegte van jouw groei in mijn geest. Omdat je onzichtbaar bent, is er veel onbegrip. Zelfs ikzelf begrijp onze aanhoudende band niet zo goed. Ik dacht je al een paar keer definitief verslagen te hebben, voordat ik me realiseerde dat niet elk veelkoppig monster geslacht moet worden. Ook zij moeten soms geknuffeld en gekoesterd worden, omdat ze nu eenmaal een plek op deze wereld hebben. Ik prijs me gelukkig dat ik in staat ben om jou te mogen knuffelen, om je te koesteren als míjn depressie. Op die manier ben je tenminste geen bedreiging voor anderen. Kom hier depressie, laat me je omarmen. Maar wil je me soms alsjeblieft iets meer rust gunnen? Een paar maandjes niet groeien is toch ook niet erg?'

#Onderwijs2032: Wat moeten kinderen leren op school zodat ze klaar zijn voor hun toekomst?

In 2014 beschreef Maarten Wubben zijn (wat mij betreft tijdloze) visie op de rol van onderwijs binnen de voorbereiding op deelname aan de samenleving in 2032. Onderstaand artikel schreef Maarten in reactie op de discussie die destijds door staatssecretaris Sander Dekker werd ingeluid. Maarten betrekt in zijn reflecties op overtuigde en overtuigende wijze concepten uit Dabrowski's theorie over persoonlijkheidsontwikkeling. We delen deze reflecties daarom graag op deze blog!

 

#Onderwijs2032: Wat moeten kinderen leren op school zodat ze klaar zijn voor hun toekomst?

 

Denk eens aan je eigen carrière, nu of in de toekomst. Hoeveel tijd die je op school hebt besteed is hiervoor echt van direct belang geweest of zal dit zijn? Stel dat je alle kennis en vaardigheden die je op school hebt opgedaan en die relevant zijn voor je carrière plotsklaps zou vergeten, maar je huidige denkniveau, zelfkennis en sociaal-emotionele ontwikkeling zou behouden. Hoe lang zou je dan volledig toegewijd en gemotiveerd moeten studeren om die kennis en vaardigheden weer op te doen? Een aantal maanden? Een paar jaar? 

Denk nu eens aan hoeveel tijd je op je werk liever productiever had willen besteden. Bijvoorbeeld als gevolg van arbeidsconflicten, misverstanden, irritaties, afleidingen, stress, besluiteloosheid en uitstelgedrag. Hoe verhoudt deze tijd zich tot de minimaal benodigde tijd die het opdoen van kennis en vaardigheid zou vereisen? 

Kennis en vaardigheden zijn als software. We kunnen kennis en vaardigheden ‘installeren’ (aanleren), ‘verwijderen’ (vergeten), en ‘herinstalleren’ (opnieuw aanleren). Daar kunnen we vrij flexibel in zijn. Belangrijker is dat ons besturingssysteem deugt, zodat we gemotiveerd en geïnspireerd zijn om optimaal te leren. Met een goed besturingssysteem halen we alles uit onze aangeboren ‘hardware’, waardoor we niet alleen meer software kunnen installeren, maar ook betere software. De installatie zelf gaat ook sneller en soepeler. Onderwijs zou dan ook op de eerste plaats ons ‘besturingssysteem’ moeten verbeteren en pas op de tweede plaats onze ‘software’.

Deze computermetafoor gaat natuurlijk niet helemaal op. Zo willen we waarschijnlijk een besturingssysteem dat onze hardware weliswaar volledig benut, maar niet voor allerlei malafide doeleinden. De term ‘persoonlijkheidsontwikkeling’ is daarom handiger dan ‘besturingssysteem’. Voor ‘Persoonlijkheid’ zou ik dan de definitie van de humanistische psycholoog en psychiater Kazimierz Dąbrowski willen gebruiken: “een zelfbepaald, zelfbekrachtigd, van zichzelf bewust, geïntegreerd geheel van de meest essentiële, positieve, menselijke kwaliteiten”1.  

Hoe zou onderwijs eruit zien waarin specifiek dit soort persoonlijkheidsontwikkeling centraal staat? 

Ten eerste zouden de autonomie en authenticiteit van kinderen maximaal gestimuleerd worden. Al vanaf hun geboorte zijn kinderen weergaloos leergierig en leren zij dan ook zonder weerga. Leren lopen, leren waarnemen, praten en luisteren, en zelfs zich leren hechten aan anderen, de eigen emoties leren kennen en een zelfbeeld te ontwikkelen—dit alles gebeurt autonoom, zonder een van boven opgelegd leerplan, en authentiek, met aanzienlijke individuele verschillen tussen kinderen als het gaat om wat geleerd wordt, wanneer en hoe.  

Natuurlijk is dit enorm succesvolle leren ook deels toe te schrijven aan een unieke levensperiode. Maar het punt is dit: Vanaf de geboorte is de motivatie om te leren intrinsiek—volledig afkomstig uit het kind zelf. Het is weinig verrassend dat zulke intrinsieke motivatie ook tot de beste leerresultaten blijkt te leiden2. Daarom moeten scholen het leerplan ook zoveel mogelijk op basis van de unieke, intrinsieke motivatie van het kind bepalen. 

Inderdaad zal dit betekenen dat sommige kinderen al op hun vijfde leren schrijven en anderen pas op hun achtste. En dat sommige kinderen zich al vroeg specialiseren in bepaalde vaardigheden zoals programmeren, tekenen of natuurwetenschappen terwijl andere kinderen zich hier nauwelijks op richten. Maar gestandaardiseerde leerstof en klassen die zijn gesorteerd op leeftijd zijn dan ook geenszins absoluut noodzakelijk voor goed onderwijs.

Ten tweede zou onderwijs waarin persoonlijkheidsontwikkeling centraal staat doordrenkt zijn van een beter begrip van welke krachten precies persoonlijkheidsontwikkeling drijven. Hier suggereert Kazimierz Dąbrowski, breed gesteund door de academische onderwijsliteratuur op dit gebied3, dat de potentie tot persoonlijkheidsontwikkeling zich in kinderen vooral manifesteert via zogenaamde ‘overprikkelbaarheden’— een sterk verhoogde responsiviteit van het centrale zenuwstelsel op stimuli als gevolg van dunnere zenuwen, gevoeligere uiteinden en snellere synapsen4,5. Zo kan overprikkelbaarheid zich intellectueel uiten in een onverzadigbare leerhonger die echter voorbijgaat aan de reikwijdte van de lesstof, of psychomotorisch in een excessieve drive en energie die echter stilzitten in de klas onmogelijk maakt. Zo zijn er meerdere overprikkelbaarheden die, indien miskend, tot onderpresteren kunnen leiden, maar indien adequaat gestimuleerd juist persoonlijkheidsontwikkeling kunnen versnellen. Het is dan ook een cruciale taak voor scholen om leerlingen te helpen hun eigen overprikkelbaarheden constructief te hanteren voor hun toekomst.  

Je zou je natuurlijk af kunnen vragen hoe onderwijs eruit ziet wanneer overprikkelbaarheden en zelfs intrinsieke motivatie niet aanwezig zijn, en of zij altijd de juiste koers aangeven. Hier is absoluut een belangrijke rol weggelegd voor leerkrachten en ouders. Maar wellicht is er ook een heel gegronde reden voor een gebrek aan intrinsieke motivatie in een kind. Wanneer een kind uit een gebroken gezin komt en daardoor worstelt met hechtingsproblemen, lijkt het niet zo vreemd dat zo’n kind niet intrinsiek gemotiveerd is om, zeg, Franse woordjes te leren. In dat geval is een kind eerder gebaat bij coaching van een mentor die wel een veilige hechtingsomgeving kan verschaffen. Wanneer onderwijs op die manier voorbereidt op het leven, zal een kind uiteindelijk ook op de arbeidsmarkt zelfredzamer zijn.

Hoe de wereld er in 2032 ook uit zal blijken te zien, een kind dat tot een Persoonlijkheid is uitgegroeid zal die toekomst autonoom, authentiek, veerkrachtig, vindingrijk, bezield en efficiënt tegemoet gaan. Wanneer extra vaardigheden en kennis in een bepaalde situatie nodig blijken, zal het leren hiervan voor zo iemand slechts een bescheiden obstakel zijn. Laat daarom de intrinsieke motivatie van het kind de toekomst creëren, in plaats van dat een ijdele voorspelling van de toekomst het kind creëert. 

 

Dr. Maarten Wubben (1983) is opgeleid als sociaal psycholoog en werkt als freelance schrijver, psycholoog, en docent. 

 

Referentielijst

 

1 Dąbrowski, K. (1967). Personality-shaping through positive disintegration. Boston: Little, Brown, p. 5.

2 Deci, E. L., Vallerand, R. J., Pelletier, L. G., & Ryan, R. M. (1991). Motivation and education: The self-determination 

           perspective. Educational Psychologist, 26, 325-346.

3 Mendaglio, S. & Tillier, W. (2006). Dabrowski’s theory of positive disintegration and giftedness: overexcitability research           

       findings. Journal of the Education of the Gifted, 30, 68-87.

4 Kooijman-van Thiel, M. B. G. M. (red.). (2008). Hoogbegaafd. Dat zie je zó! Over zelfbeeld en imago van hoogbegaafden.         

                 Ede, Nederland: OYA.

5 Mendaglio, S. (2008). Dabrowski’s theory of positive disintegration: A personality theory for the 21st century. In: Mendaglio, S. (red.), Dabrowski’s theory of positive disintegration, Scottsdale, AZ: Great Potential Press, hfdst. 2.

@SanderDekker Intrinsieke motivatie en Persoonlijkheid eerst, dan volgen kennis en vaardigheid vanzelf goo.gl/KtUFzQ #onderwijs2032

 

Gedicht

Op deze blog plaatsen we met enige regelmaat creatief schrijfwerk, indirect of direct ‘vol van en met’ reflectie en persoonlijke ontwikkelingsprocessen, zoals deze ook in de theorie van positieve desintegratie beschreven worden. Marieke Vissers schreef onderstaand gedicht en dat vond ik een trefzekere, speels beeldende én verdiepende verwoording van een intensief, persoonlijk (of misschien gezamenlijk) proces van emotionele verwerking, seizoensgebonden en tijdloos tegelijkertijd, zoals woord en beeld elkaar ook nauwgezet in het gedicht ontmoeten!

 

De hersenstormen gingen liggen
De tranendallen droogden op
Afgewaaide stukken ego werden geruimd
Een zonnig karaktertje brak door
Weer een herfst was doorleefd
Terwijl de angsthazen in winterslaap vielen
Vervolgde een flierefluitster haar levenslied

 

Marieke Vissers is autonoom kunstenaarsleerling, haar woorden en beelden komen niet alleen voort uit haar intens aanwezige groeiproces, ze gaan ook vaak over dit proces. Meer werk van Marieke vind je op schepschuur.blogspot.com.

Oneindig uniek - een blog over o.a. Dabrowski's gedachtegoed, van Xandra van Hooff

 

Xandra van Hooff is faalkundige en sensitiviteitsexpert en schreef een blog waarin Dabrowski's gedachtegoed ook aan bod komt. Met plezier en dank voor deze mogelijkheid deel ik haar blog op deze site. Meer over Xandra's werk vind je onder andere op www.gavemensen.nl

Oneindig uniek

Er zijn momenten dat de herkenning van het ‘anders zijn’ zo voelbaar herkend wordt tijdens mijn lezingen en workshops dat het bijna overweldigend is. Soms ook hoor ik het mensen letterlijk zeggen. Dan komen er opmerkingen voorbij als ‘ik heb me altijd anders gevoeld’, ‘ik wordt nooit begrepen’ of ‘ik heb een hekel aan groepen omdat het nooit gaat over dingen die ik interessant vind’.

Herkenbaar? Maar wat betekent ‘anders’ voelen eigenlijk?
I.)    afwijkend; waarin onderscheid gemaakt wordt; verschillend; uiteenlopend. bv “het is anders dan anders”
II)   op andere wijze. vb “Deze keer heb ik het anders gedaan.”
III) 1) Afwijkend 2) Anderszins 3) Afwijkend van de norm 4) Abnormaal 6) Niet op dezelfde manier 7) Niet hetzelfde …

Anders lijkt dus in onze taal met name te duiden op een verlies van verbinding, een aanduiding van onverbondenheid of een separatie van minimaal twee zaken. Oké, goed. Maar om te zeggen dat ik hiermee de term en de emoties die erachter liggen compleet kan duiden.. nee. Nog niet. Wellicht brengt ‘uniek’ me verder

I)    enig in zijn soort. bv “een unieke gelegenheid/kans/belevenis/ervaring/vondst
II)  met bijzondere kwaliteiten, bijzonder goed.
III) 1) Apart 2) Alleen 3) Alleen bestaand 4) Alleen in zijn soort 5) Bijzonder 6) Eenmalig 7) Enigste 8) Fantastisch 9) Fenomenaal 10) Heerlijk 11) Kostelijk 12) Merkwaardig 13) Ongekend 14) Ongemeen 15) Ongewoon 16) Onvergelijkbaar

Als we dit rijtje met degene erboven vergelijken valt het op dat er ineens enkele positieve woorden tussen staan. Blijkbaar is anders en uniek ook bijzonder en heerlijk en fantastisch! Deze gevoelens kent echter niet iedereen die zich ‘anders’ voelt. Veel sensitieve mensen ervaren het als ballast en willen het gevoel liever kwijt. 

Maar wat maakt nu deze uniciteit? Hoe zijn zij anders dan anderen? Kazimierz Dabrowski deed onderzoek bij intelligente mensen met ontwikkelingspotentieel en beschreef hun intense manier van leven. Michael Piechowski werkte nauw met hem samen en heeft de vijf ‘overexitibilities’ verder beschreven. In deze beschrijving kunnen we een verklaring vinden.

Over-exitabilities is een moeilijk te vertalen term die zoiets als super-stimuleerbaarheid of hoge prikkelgevoeligheid betekend. Eigenlijk wordt daarmee simpelweg bedoeld dat je minder stimulans nodig hebt om een reactie (of emotie) op te roepen en dat een prikkel heftigere en langdurigere reacties oplevert. Daarnaast zijn de ervaringen vaak complexer en met een rijkere structuur.

Dabrowski beschreef vijf vormen van over-exitabilities welke hij terug zag komen, te weten: psychomotorisch (fysiek), sensueel (zintuiglijke waarneming en beleving), intellectueel (activiteit van de geest), verbeelding (voorstellingsvermogen) en emotioneel (intensiteit van de emoties, hoogsensitiviteit).

Met de beschrijving van emotionele overexitabilitie gaf hij mij inzicht in een specifiek onderdeel van hoogsensitiviteit in combinatie met een hoog ontwikkelingspotentieel, namelijk de sociaal-emotionele kwaliteit en valkuil van emotionele gevoeligheid. Deze zal dan ook het meest uitgebreid worden besproken.

Psychomotorisch:

Deze overexcitabilitie wordt getypeerd door energie en het feit dat er over het algemeen weinig slaap nodig is. Er wordt gesproken in snel tempo of, zoals je zelf mogelijk graag zegt ‘anderen luisteren te langzaam’. Bewegingen worden gebruikt als uitlaatklep en onder stress kan hier een gewoonte of tic uit ontstaan. Winnen is favoriet het concurrentievermogen is groot. Snelle interventies, wilde sporten en/of hoge hoogten zijn geliefd. Vanwege deze kenmerken, evenals het voorkomen van impulsief gedrag kan deze overexcitabilitie verkeerd gediagnostiseerd worden als ADHD.

Ik herinner me Johan, een wat tengere jongen die altijd met een grote glimlach op zijn mond rondliep. Hij had altijd wat in zijn handen, een pen, een aansteker, een propje papier, het maakte niet uit, zolang hij het maar door zijn vingers kon laten gaan. Johan hield van skiën en parachutespringen en was vaak te vinden in het gezelschap van een groepje vrienden. Hij was succesvol in zijn werk. Zelf gaf hij aan mazzel te hebben gehad met dit baantje, waar hij zijn eigen gang kon gaan en zijn eigen tijd kon indelen zolang zijn resultaten maar goed waren. Op school was hij afgezakt van VWO naar MBO omdat hij het niet volhield in de bankjes te blijven zitten. Liever zocht hij uit hoe het koffieapparaat gekoppeld kon worden aan zijn wekker of hij een brommer niet alleen kon opvoeren maar ook voor- en achteruit kon laten rijden zodat de politie hem nooit zou kunnen grijpen. Impulsief was hij zeker, maar in echt gevaarlijke situaties was ie eigenlijk nog nooit verzeild geraakt.

Verbeeldend:

Een levende fantasie en voorliefde voor poëzie, muziek, drama of fantasy is wat deze overexcitabilitie kenmerkt. Er is een groot gevoel voor humor en vaak wordt er gebruik gemaakt van beeldspraak en metaforen. Bij verveling is er een neiging om gemakkelijk weg te dromen. Bij kleine kinderen is de grens tussen werkelijkheid en fantasie niet altijd even duidelijk. Door de enorme fantasie is het namelijk ook mogelijk dat er niet alleen plezierige dingen verzonnen worden maar dat juist hun fantasie met ze op de loop gaat. Angst voor een worst-case scenario kan dan ontstaan, zeker in nieuwe of onbekende situaties.

Paul was een gevoelige jongen die vaak bij de meisjes te vinden was. Daar vond hij de aansluiting die hij zocht. Ze gaven hem tips voor goede boeken en soms gingen ze samen naar het theater. Paul schreef het liefst gedichten, zodra hij zijn pen op papier zette kwam er een mooi verhaal uit, vaak gekoppeld aan zijn eigen emoties op dat moment. Paul was geen jongen die je gemakkelijk zag rondhangen in verlate gebouwen of achtersteegjes. Nog voordat hij zo’n terrein benaderd had kwamen er duizenden enge scenario’s naar boven drijven die maakten dat hij rechtsomkeert maakte. In dit soort extreme gevallen vond hij dat niet erg. Dat hij echter de liefde van zijn leven was misgelopen en zijn dromen niet na durfde te jagen vond hij soms wat spijtiger.

Intellectueel:

Een zeer brede interesse, wellicht zelfs een onstuitbare intellectuele honger in allerlei uitlopende onderwerpen is wat deze overexcitabilitie kenmerkt. Dit zijn de frequent lezers met een voorliefde voor kennis en (zelfstandig) leren, die in gedachten verzonken kunnen zijn en zoeken naar antwoorden op de vele vragen die in hen opkomen. Vragen waarmee ze op zoek zijn naar de waarheid. Er leeft een behoefte om de vraag beantwoord te krijgen ‘waarom’ dingen zijn zoals ze zijn, waarom ze zo gedaan worden en of dit wel de beste manier is. Het antwoord op deze vraag vinden ze overigens het liefste zelf. Dit typeert hun onafhankelijke wijze van leven.

Harm werd op de basisschool al boekenwurm genoemd. Hij zat het liefst in een hoekje van de bibliotheek te bladeren in dikke zware boeken. Op zijn 14e had hij de werken van grote filosofen doorgenomen en ging hij op zoek naar mensen die met hem wilden discussiëren over de belangrijkste vragen in het leven. Eenmaal volwassen nam hij vaak een adviserende rol aan in zijn werk, een rol die hem goed paste maar hem niet altijd in dank werd afgenomen. Hij wilde zijn werk graag goed doen, maar om dit te doen wilde hij graag begrijpen waarom het bedrijf werkte zoals het deed. Om aan die kennis te komen stelde hij vragen waarop hij onbevredigende antwoorden kreeg. Hij was dan ook blij als hij weer thuis was. In zijn eigen vertrouwde omgeving had hij elke week wel een ander onderwerp waar hij zich in verdiepte. Zodra iemand iets benoemde wilde hij er alles van weten en zocht heel het internet af op zoek naar de antwoorden op zijn vele vragen.

Sensueel (zintuiglijke waarneming en beleving):

In algemene zin staat de ‘sensual overexitability’ voor zintuiglijke en esthetisch genot waaronder zien, ruiken , proeven , aanraken , horen, het beleven van vreugde in mooie objecten, de klank van woorden, muziek, vorm, kleur , balans. Geur, smaak en geluid komt bij jou sterk binnen en in sommige gevallen ben je ook gevoelig voor de structuur van voedsel. Je kunt gehinderd worden door zaken die anderen niet in de gaten hebben, zoals een geur of een kriebelend label. Doordat alles versterkt binnenkomt heb je veel behoefte aan comfortabele gevoelens. Je bent een levensgenieter die optimaal kan genieten van schoonheid, natuur, kunst, boeken, sieraden of andere zaken die subtiel plezier geven.

Mieke hield de mouw van haar trui voor haar mond zodra ze op de markt langs de viskraam liep. En in de supermarkt mocht ze dit patroon steeds vaker ook herhalen nu winkels hadden besloten dat een bakoven een lekkere geur zou verspreiden in de winkel die de omzet zou doen stijgen. Stiekem vroeg ze zich af waarom dit soort geuren niet verboden werden. Het kwam niet in haar op dat anderen er geen last van hadden. Mieke was gevoelig, niet enkel voor geuren, maar ook voor de structuur van voedsel. Rauwe groente of juist blubberige dingen, een gladde pap met brokjes erin, een vetrandje aan vlees, het kon haar allemaal doen gruwelen. Soms knipte ze ook de kaartjes uit haar kleding, en sokken deed ze bijna altijd binnenstebuiten om geen last te hebben van de naadjes.

Mieke was een vrouw die heerlijk kon wegdromen bij een goed muziekstuk en soms ging ze op zondag naar een museum om zitten voor een goed schilderij om mee te gaan in de diverse nuances die dit stuk rijk was. Aan winkelen of concerten bezoeken had ze een hekel. Niet omdat ze het niet leuk vond maar na afloop was ze zo moe, overprikkeld en uitgeput dat ze vaak lange tijd nodig had om weer in balans te komen.

Emotioneel (intensiteit van de emoties):

Bij de emotionele overexitabilitie zijn de gevoelens en emoties geïntensiveerd. Het omschrijft zowel positieve als negatieve gevoelens alsook de snelle schakeling tussen de diverse emoties. Je bewust worden van de gevoelens van anderen alsook je eigen complexe binnenwereld is een onderdeel van deze intrapersoonlijke kwaliteit. Jij bent je meer dan anderen bewust van gevoelens van spanning in je buik, het bonzen of juist overslaan van je hart, blozen en zweethanden. Daarnaast zijn je sterke affectieve uitingen kenmerkend. Zo kun je wellicht in sommige situaties schuchter of verlegen overkomen maar heb je ook momenten dan je overloopt van enthousiasme, extase, euforie en trots. Ook gevoelens van schaamte, angst, onzekerheid, eenzaamheid en schuld ervaar je intens. Je gevoelens zijn gedifferentieerd, je hebt een sterke dialoog en kunt vervallen in zelf-oordeel. Je hebt een sterk emotioneel geheugen, jaren later herinner je nog de ondertoon waarmee iemand iets vertelde of de manier waarop iemand keek en wat dit emotioneel betekende. Je hebt een capaciteit voor diepe relaties en sterke emotionele banden. Hoewel je hierdoor soms moeite hebt je aan te passen aan nieuwe omgevingen zorgt het ervoor dat je je diep verbind met personen, plaatsen of dieren. Je bent compassievol , ontvankelijk voor anderen.

Je bent empathisch en compassievol en je bewust van jouw complexe gevoelens en (soms) extreme emoties. Je kunt de gevoelens van anderen goed overnemen omdat je primaire empathie goed ontwikkeld is. Dit kan leiden tot vermoeidheid of de neiging om aan het eind van de dag sterk emotioneel te reageren omdat je lichaam onvoldoende tijd heeft gehad al deze emoties te verwerken en een plek te geven. Daarnaast voer je sterke innerlijke dialogen. Je praat met jezelf over wat je deed, doet, gaat doen of gedaan zou moeten hebben, vaak in relatie tot de ander. Sfeer en gevoelens van anderen voel je feilloos aan en je hebt een sterk inzicht in sociale interactiepatronen. Je hanteert hoge normen, bent je zeer bewust van goed en kwaad, van onrecht en hypocrisie. Je leeft intens en kunt je sterk hechten aan mensen, plaatsen en dingen waardoor je soms moeite hebt met verandering en veel behoefte ervaart aan veiligheid. Ook jaren na een bepaalde gebeurtenis ben je sterk in staat de emoties te ervaren die er op dat moment speelden en ook kun je vaak nog tot in detail vertellen wat er gebeurde.

Annemieke was een vrouw die door anderen soms als schuchter of verlegen werd ervaren. Haar emoties, die ze veelal voor zichzelf probeerde te houden, werden door anderen vaak als extreem omschreven. Annemieke had geregeld last van angstige gevoelens zeker waar het ‘anderen’ betrof waarbij zij zichzelf mocht uitspreken of laten zien. Haar emoties wisselden elkaar af, van eenzaamheid tot willen helpen en schuldgevoel, ontoereikendheid, minderwaardigheid en ook verantwoordelijkheidsgevoel, onmacht , depressieve periodes en enorm plezier. Ze kent het allemaal. Ze voelt zich over het algemeen best tevreden met haar leven. Ze zorgt graag voor anderen en zij waarderen dit ook aan haar. Annemieke heeft het beste met hen voor en het laatste wat ze wil is iemand tot last zijn. Stiekem hoopt ze dat er ook iemand is die haar opmerkt. Het enige wat ze echt storend kan vinden is de hoge mate van vermoeidheid die ze ervaart, haar buikpijn en migraine aanvallen. Ze weet dat ze fysiek reageert op emoties, maar heeft geen idee hoe daar wat aan te veranderen.

 

Herken jij de emotionele overexcitabilitie? 

De emotionele overexitabilitie staat bekend als de gevoeligheid welke meestal het eerste in het oog springt bij ouders. En hoewel de meeste mensen die ik spreek niet meer weten hoe ze precies reageerden als kind kunnen velen nog haarfijn vertellen over de reacties die ze kregen (en krijgen) van hun omgeving; ‘stel je niet zo aan’ of ‘doe niet zo moeilijk’. Velen passen zich daardoor aan en werpen een muur op, of, als dat niet lukt, beginnen ze situaties te vermijden waarin ‘wie ze werkelijk zijn’ zichtbaar wordt.

Het is de emotionele overexitabilitie die daarmee het meest ondergewaardeerd is, niet enkel in kleine kring, maar wellicht ook wereldwijd. Ook al circuleren er steeds vaker artikelen waarin juist de empathisch leider wordt aangehaald, toch is dit nog bijna net zo’n vreemde eend in de bijt als een vrouw op topniveau.

En toch, hoe zou het zijn als deze kwaliteit je grootste kracht zou zijn? Als dat wat je als kwetsbaarheid hebt gezien jouw grootste kracht is? Als je jouw gave gaat erkennen, waarderen en koesteren? Dat je durft te zien dat je vele malen gevoeliger bent dan anderen ooit zullen zijn en dat je daardoor niet langer boos hoeft te worden op hen die jou niet lijken te begrijpen maar dat je hen mag leren hoe je dit ‘doet’. Wat als jij rolmodel wordt in het inzicht geven van ervaringen van intense pijn, maar ook van blijdschap, intense liefde en verbinding?

Verbinding? Ja! Verbinding. Want de emotionele overexitabilitie vormt, via zelfreflectie, de basis van de relatie tot jezelf en vormt, via medeleven, empathie en responsiviteit, de basis van jouw sterke relatie met anderen. De emotionele overexitabilitie gaat dus niet over emotionaliteit maar legt de basis voor verbinding. Verbinding met je zelf en de ander via intensiteit en sensitiviteit.

Wat als we allemaal onze unieke sensitieve zelf aan de wereld gaan tonen en daarmee anderen leren wat verbinding precies is? Zou je dapper genoeg zijn om jouw kwetsbaarheden tijdens groeien en ontmoeten te laten zien aan de wereld zodat anderen hierdoor geïnspireerd kunnen raken?

Zou je iemand durven aanzetten tot empathie en compassie door jouw daden van pure moed te delen? Zou je voldoende durven vertrouwen op wie je bent dat je vanuit daar de stap durven maken om te gaan staan voor wat je anderen wilt meegeven? Durf je de weg vrij te maken voor volledige zelfacceptatie en je authentiek aan de wereld te laten zien zonder enige vorm van verontschuldiging? Welke delen van jouw unieke emotionele persoonlijkheid wachten om onthult te worden en welke gevolgen zal dit hebben voor de wereld?

Gedicht `Ontwikkeling`

Rob Huiskes schreef een bijzonder trefzeker gedicht over persoonlijke ontwikkeling,  een gedicht dat ik bijzonder gemotiveerd deel op deze website.

 

Ontwikkeling

Ik
ben
vandaag
alleen
maar
even
mezelf.

Ik ben vandaag,
alleen
maar
even
mezelf.

Ik ben vandaag,
alleen
maar
even mezelf.

Ik ben vandaag,
alleen
maar even mezelf.

Ik ben vandaag alleen,
maar even mezelf.

Ik ben vandaag,
alleen maar even mezelf.

Ik ben vandaag alleen maar even mezelf.

Ik ben vandaag alleen maar mezelf.

Ik ben vandaag alleen mezelf.

Ik ben alleen mezelf.

Ik ben mezelf.

Ik ben.

Ik.

 

Rob Huiskes

Voorbeelden overprikkelbaarheden of "overexcitabilities"

In Dabrowski's theorie van positieve desintegratie wordt onder andere het concept "overprikkelbaarheden" gehanteerd om een een meer dan gemiddelde reactie van het zenuwstelsel te relateren aan concepten als "ontwikkelingspotentieel" en "positieve desintegratie". Voor meer toelichting op de overprikkelaarheden, zie onder andere de volgende pagina; http://www.positievedesintegratie.nl/node/8

In deze blog deel ik graag enkele voorbeelden van de overprikkelbaarheden, uit filmpjes die ik regelmatig tijdens workshops en lezingen heb getoond. Soms staat één overprikkelbaarheid duidelijk voorop, meestal zien we een combinatie van overprikkelbaarheden terug.

  • Psychomotorische, intellectuele en emotionele overprikkelbaarheid

Roberto Begnini, acteur, neemt zijn oscar in ontvangst:  https://www.youtube.com/watch?v=8cTR6fk8frs

en spreekt aan de universiteit van Toronto:  https://www.youtube.com/watch?v=D_YeTowgjKU

  • Intellectuele, psychomotorische, sensorische overprikkelbaarheid

Richard Feynman, theoretisch natuurkundige: https://www.youtube.com/watch?v=FjHJ7FmV0M4

  • imaginaire en intellectuele overprikkelbaarheid

Wislawa Szymborska, dichteres : https://www.youtube.com/watch?v=8ygE4k6m_Rw

  • Imaginaire, intellectuele en emotionele overprikkelbaarheid

Kyteman, Colin Benders, muzikant : https://www.youtube.com/watch?v=S88R9owHvOk

  • Emotionele overprikkelheid en voorbeeld van het proces positieve desintegratie

Wenworth Miller, acteur : https://www.youtube.com/watch?v=hzURem24MQU

Jimi Hendrix, 'overexcitabilities' en identificatie van begaafd-gevoeligheid

In onderstaand artikel worden de "overprikkelbaarheden" (overexcitabilities) zoals beschreven in Dabrowski's theorie van positieve desintegratie gerelateerd aan de ontwikkeling van Jimi Hendrix en de identificatie van begaafd-gevoeligheid binnen onderwijs.

Ik citeer uit het artikel, en voeg de link toe;

"Many stories of Jimi’s special sensitivity come through extended community members:  though Jimi and his brother were essentially left to fend for themselves, even to the point of stealing food to survive, they had many unofficial foster families throughout their Seattle neighborhood.  One story involves Jimi’s sudden interest in music at about age 11.  Having never so much as touched a real guitar, he procured a broom and transformed it into his imaginary instrument.  Nearly every day after school he would turn on the radio and strum along with his broom as if he were playing.  One man in the neighborhood observed that he would “play that broom so hard, he would lose all the straw” (Cross, 2004, p. 52).  Later, Jimi was able to upgrade his broom to a beaten-up acoustic guitar with one string.  To most, this would have been a useless instrument, but to the now-obsessed Jimi it became more of a science project: “He experimented with every fret, rattle, buzz and sound-making property the guitar had” (Cross, 2004, p. 52).  He was now displaying incredible aptitude and creativity as an engineer, if you will, or even a scientist in the sense that he was solving authentic problems. This singular obsession, driven by his intense imagination, totally overtook Jimi. When he saw the movie “Johnny Guitar,” in which one of the actors walks around with his guitar hung on his back, he began to carry his one-string guitar around like that, even at school. He would wander the neighborhood and whenever he heard music coming from a garage or home, he would wander in and ask if he could play along. This same one-pointed focus would drive him throughout his career. As an older musician, he would bring his guitar to clubs and shows and pester musicians to teach him tricks, or beg them to let him plug into their amplifiers during breaks. Though generally an extremely shy and understated person, when it came to anything related to advancing his music career, Jimi was a fearless risk-taker."

https://thefissureblog.com/2016/05/12/all-along-the-watchtower-jimi-hendrix-and-the-search-for-diverse-gifted-learners/

 

 

Pagina's